afscheid
 
welkom
Beste mensen, fijn dat u hierheen bent gekomen om met elkaar tante Rie naar haar laatste rustplaats te begeleiden. Een grote groep hadden we natuurlijk niet verwacht, want haar wereldje was de laatste jaren wel heel erg klein geworden. Steeds meer familieleden ontvielen haar, de buurtjes waarmee ze bevriend was, waren verdwenen en doordat ze ook steeds moeilijker ging lopen, kwam ze al jaren de straat niet meer op. Door haar doofheid die ondanks het gehoorapparaat met golven erger en minder erg leek te zijn, werd de communicatie met anderen steeds moeizamer en dat maakte haar ook steeds eenzamer.
Ik wil bij deze mijn moeder excuseren. Zij is hier niet vanwege haar hoge leeftijd. U begrijpt, dat ze in de geest hierbij is. Ook Ad Hamelink had hier graag willen zijn, maar vanwege de afstand heeft hij laten weten niet te komen.
karakter
Tante Rie was een eenvoudige vrouw. Onopvallend, ze maakte weinig drukte, ze eiste weinig voor zichzelf. Ze was sociaal voelend, altijd geïnteresseerd in de ander. Veel zeggen deed ze niet, ze was meer een intensieve luisteraar, alles kon je altijd tegen haar zeggen, zonder dat ze je haar mening of oordeel opdrong. Des te schrijnender, dat ze de laatste jaren zo met haar gehoor ging tobben. Ze had eerbied en respect voor alles en iedereen om zich heen, dichtbij en veraf. Alle fondsen waarvan tante Rie dacht dat ze goed werk verrichtten, komen voor in haar map met dagafschriften van de giro. 
Respect toonde ze ook voor de dingen en spullen om zich heen. In de 62 jaar dat ze in de Drie Octoberstraat heeft gewoond, heeft ze haar kasten volgebouwd met enorm veel spullen, veelal nog verpakt in de doos van aankoop. Alles ging ook in plastic zakjes ter bescherming van de inhoud. Er werd geen zakje, doosje of papiertje zomaar weggegooid. Veel doosjes en trommels bevatten spulletjes die je niet zou verwachten, maar die zij te mooi of te goed vond om weg te doen. Dat was haar zuinigheid, maar dat was ook haar eerbied voor alles wat door mensenhanden gemaakt wordt.
leven
Tante Rie werd in 1914 in Zwolle geboren, als derde kind in het gezin Goedhart. Een jaar of vijf eerder, in 1909 was er een meisje geboren dat ook de namen Martina Maria kreeg. Dat kindje was niet gezond en werd slechts een jaar oud. Eigenlijk was tante Rie dus het vierde kind van oma en opa. Het gezin verhuisde vaak vanwege de baan van opa Goedhart. Zo kwam ze op een gegeven moment in Leiden te wonen en daar vond ze haar levenspartner. Oom Bram, de kapper, was vlak voor de tweede wereldoorlog een kapsalon begonnen in de Drie Octoberstraat. In april 1944 trouwden ze en tante Rie trok bij oom Bram in. Ze werd een soort eerste manus van alles in de kapsalon, verzorgde haar man intens en hield kapsalon en kapattributen schoon. Daarbij reisde ze heel wat heen en weer naar haar moeder en zus Ada, die eerst in Leiderdorp, later in Den Haag woonden. Toen oma overleed, bleef tante Rie haar zus nog trouw nalopen. Ook was ze de eerste hulp bij ongelukken in mijn ouderlijk gezin. Als kleine kinderen werden we nogal eens opgevangen door tante Rie. Eigenlijk was ze altijd bezig voor anderen, niets was haar ooit te veel. 
Toen ik in 1962 in Leiden kwam te werken en ’s avonds naar de analistenschool moest, kon ik tussen werk en avondschool een prakje bij haar komen eten. Dat ging buiten haar normale gang van zaken om, want oom Bram was dan nog aan het knippen, maar het was haar nooit te veel. In 1966 wees ze mij op een leegstaande kamer schuin boven haar, bij mevrouw De Wilde. Het was een mooie kamer met eigen keukentje, dus geweldig voor een 22-jarig meisje, daar heb ik een jaar of 7 gewoond. In 1969 zag zij een advertentie in het Leidsch Dagblad en knipte die voor mij uit: er werd een analiste gezocht op het AZL. Ik solliciteerde, het klikte en ik heb daar met veel plezier tot aan mijn vut-tijd gewerkt. Zij heeft dus nogal eens een bepalende rol in mijn leven gespeeld. 
Toen oom Bram ziek werd, was zij zijn krachtige steun en toeverlaat. Toen hij na een zware operatie zijn vak niet meer kon uitoefenen, heeft zij hem gestimuleerd in het ontwikkelen van andere bezigheden zoals schilderen. Hij stierf in 1984, 69 jaar oud. Ondertussen zijn ook de droefenissen in de families Galjaard en Goedhart niet ongemerkt aan haar voorbij gegaan. Zwagers en schoonzussen vielen weg, het kringetje werd steeds kleiner. Heel veel verdriet had ze van het overlijden van haar dierbare nichtje Janine. Maar iedere keer wist ze haar leven toch weer een draai te geven. 
Een aantal jaren geleden is ze ernstig ziek geweest en kwam toen met longontsteking in het ziekenhuis terecht. Ze heeft toen een week of wat gerevalideerd in een gastenkamer in zorgcentrum Lorentzhof. Wij hoopten, dat ze het daar zo naar haar zin zou hebben, dat ze er wel wilde blijven wonen. Maar daar wilde ze niets van weten, ze moest en zou weer naar haar eigen huis. Haar zelfstandigheid was haar heilig. Maar ze heeft toen wel een behoorlijk pakje uitgetrokken. 
Nadat ze weer een keer flinke griep had gehad, werd ze weer wat minder. Ze had reumatische klachten, ze ging steeds schever lopen en haar benen wilden niet meer goed. Toch wilde ze perse zelfstandig blijven. Door de hulp van thuiszorg verder uit te breiden, heeft ze dat ook nog een heel tijdje kunnen doen. Dat haar zozeer gewenste zelfstandigheid steeds meer een schijnzelfstandigheid werd, nam ze op de koop toe. Maar ik bleef bezorgd, dat ze eens zou vallen of ernstig ziek worden of iets dergelijks.
In dit ogenschijnlijk wat eenzame leventje, waarin alles steeds moeizamer leek te gaan, hield zij de wereld om zich heen goed in de gaten. Er ontging haar maar weinig. Het Leidsch Dagblad werd elke dag uitgebreid gelezen, alsmede de Margriet en de VARA-bode. En begin februari van dit jaar werd ze door de PvdA-Leiden gehuldigd en in de bloemetjes gezet vanwege haar 60-jarig lidmaatschap! 
Als ze ook maar bespeurde, dat iemand zich niet lekker voelde, of een probleem had, belde ze op om belangstelling te tonen. Nadat haar schoonzus Geertje was overleden, waarmee ze dagelijks minstens 1 keer belde, richtte ze haar belangstelling meer op de trouwe buurvrouw van Geer: Truus, die vandaag in de geest hier ook aanwezig is. Ook de dagelijkse telefoongesprekjes met haar zus, mijn moeder, vormden een lijn naar de buitenwereld. 
Toen de bovenburen, die eigenaar zijn van het hele pand, aangaven dat ze het huis wilden gaan renoveren, was ik eigenlijk blij. Nu zou tante Rie waarschijnlijk die prikkel krijgen die haar er toe zou aanzetten naar een bejaardenhuis te gaan. Ze vond het weliswaar heel moeilijk, maar liet zich nu wel overhalen, zag zelf ook geen andere mogelijkheid. 
We gingen kijken in Groenhoven, het dichtstbijzijnde bejaardenhuis. Dit huis kende ze omdat haar vroegere buurvrouw/vriendin daar jaren gewoond had. De sfeer daar stond ons allebei erg aan, dus ging die bal rollen. Heel bijzonder was, dat toen ze eenmaal voor het feit stond en besefte dat dit de enige weg zou zijn, ze zich er bij neerlegde en er ook helemaal voor ging.
Eind april kregen we te horen, dat er een kamer vrijkwam in Groenhoven. We zijn gaan kijken en waren meteen in onze schik met de prettig ogende kamer aan de achterkant van het gebouw, met een mooi uitzicht op de Rijn en Schiekade. 
laatste weken
De laatste 4 à 5 weken ben ik bijna dagelijks bij haar geweest en samen hebben we alles in het huis in de Drie Octoberstraat geïnventariseerd. Er moest heel drastisch gesaneerd worden, want zoals ik al eerder heb aangegeven, bewaarde ze letterlijk alles en alles. Alles moest bekeken en beoordeeld. En bij alles had ze wel een verhaal of een bovenkomende herinnering. 
Het was enorm vermoeiend, vooral doordat de communicatie vaak zo vreselijk moeizaam verliep, maar ook heel interessant en boeiend. Het schiep een bijzondere band tussen ons die ik daarvoor nooit zo sterk had gevoeld. Ik weet dat zij ook heeft genoten van deze laatste weken. Ze vond het duidelijk gezellig iedere keer als ik kwam. 
Vrijdag na hemelvaartsdag gingen we verhuizen. Ze was zeer gespannen, het moment was daar. Drie Octoberstraat 16 was ontluisterd, een pand waar ze zich niet meer thuis voelde, het nieuwe huisje was gevoelsmatig ook nog heel ver. Het was toch wel heel moeilijk voor haar, maar ze hield zich kranig. 
We vertrokken, voordat de jongens de spulletjes kwamen ophalen. Om 11 uur hadden we een begroetingsontmoeting in Groenhoven. En om twaalf uur kreeg ze de warme maaltijd, waar ze zich van te voren al op had verheugd! Ze kon dit in de algemene huiskamer opeten. 
Ondertussen werden de meubels en dozen binnen gebracht. Na een paar uurtjes flink aanpakken, stonden de meubeltjes op hun plaats, waren de dozen uitgepakt, stonden de familiefotootjes op de buffetkast en hebben we (Aly, Dick en ik) tante Rie gedag gezegd, ze was toen ook bekaf. Maar het zag er toen al heel gezellig en aangekleed uit. 
Toen ik een paar uur later, zo even na zessen terug kwam, had ze al een boterhammetje gegeten, de boel weer opgeruimd en zat ze de tv uit te proberen. Ze keek weer monter de wereld in. Ze had ook nog getelefoneerd met mijn moeder en gezegd, dat ze er heel gezellig bijzat. Ik geloof ook echt dat ze dat oprecht meende. Ik beloofde de volgende dag om half elf terug te komen.
En toen gebeurde er iets volkomen onverwachts, iets waardoor alle plannen en verwachtingen in duigen vielen...
afscheid
Lieve tante Rie, dat het zo zou aflopen had niemand kunnen bedenken, zo hadden we dit ook niet afgesproken. Je had nu lekker in je nieuwe gezellige kamer in Groenhoven moeten zitten, genietend van het uitzicht, genietend van het comfort, van de gezelligheid die de nieuwe bewoning zou bieden.
Eén dag hebt u het mee mogen maken, de ontvangst, een smakelijke maaltijd, het gezellig maken van de kamer, een broodje eten, een telefoontje met zus Jo, waarin u liet blijken, dat u het wel zag zitten, dat het misschien best wel leuk zou kunnen worden. 
Het mocht niet zo zijn. We zijn ongelofelijk geschrokken van dit abrupte einde. Afschuwelijk dat u ons zo, op deze manier en op dit moment in de steek moest laten.
In uw huiskamer hing aan de muur een bord met de spreuk:
“Van het concert des levens krijgt niemand een program”. 
Dat bord wilde u perse meenemen naar Groenhoven, deze spreuk betekende veel voor u. En inderdaad, u niet, niemand, ook wij niet,  kende het programma van uw levensconcert. 

Op de rouwkaart heb ik geprobeerd u te typeren. 
    eenvoudig, dat zal iedereen moeten toegeven; 
    liefdevol zorgend, daar heb IK in elk geval van geprofiteerd; 
    U hield alles in de gaten, dat heb ik ook vaak genoeg ervaren; 
    eenvoudig een groot mens, dat was u, en zo zal ik me u altijd blijven herinneren.

Heel veel dank voor alles, vaarwel, en rust zacht.
afscheidstoespraak Marrie
voorafgaand aan de begrafenis